Abdij Lilbosch – Echt

Vanaf vandaag is de nieuwe website van Abdij Lilbosch, de Trappistenabdij in Pey-Echt, te vinden onder het volgende adres:  www.abdij-lilbosch.nl
De site geeft informatie over het leven van de monniken, het gastenverblijf, de kloosterboerderij en de abdijwinkel.

Advertenties

Vossen en mensen

Jezelf kennen en God kennen, het zijn volgens de tradities van ons geloof twee zeer verwante zaken. Maar jezelf leren kennen is vaak niet alleen een boeiend maar ook wel pijnlijk proces. Onze psyche –en ons lichaam- zijn er van nature op gericht pijn zo veel mogelijk te vermijden of te minimaliseren.

Een hongerige vos zag een fraaie tros druiven hangen aan een lange wijnstok. Die zien er lekker rijp uit, dacht de vos. Hij ging op zijn twee poten staan om de druiven te grijpen, maar de tros hing te hoog. De vos nam een aanloopje en sprong hoog in de lucht, maar nog kon hij de tros niet bereiken. Wat de vos ook probeerde, het lukte hem niet de druiven te pakken. Tenslotte gaf hij op. De vos keerde zich om met de neus in de lucht en liep weg alsof het hem niks kon schelen. “Ik dacht dat die druiven rijp waren,” zei hij tegen zichzelf, “maar nu zie ik dat ze toch zuur zijn.”  Aldus een van de befaamde fabels van Aesopus. Een heel bekend verhaal.

De fabel illustreert een van de talloze manieren waarop wij mensen proberen om psychische pijn te vermijden, hoe wij trachten onaanvaardbare gevoelens te beheersen. De basissituatie in déze fabel is dat men wordt geconfronteerd met iets dat men wenst te bezitten, maar dat onbereikbaar is. De pijn van frustratie en teleurstelling is een  vanzelfsprekende reactie hierop. Door een zeker zelfbedrog, of oneerlijkheid, wordt de pijn verzacht en draaglijker gemaakt. Dat wat begeerlijk is wordt onaantrekkelijk gemaakt -de druiven waren toch zuur-, zodat er nu geen reden voor teleurstelling meer is. De vos heeft zichzelf op deze wijze getroost.

Wij mensen doen dat ook voortdurend. En net als de vos neigen we er dan toe om het begeerde af te gaan keuren: de druiven waren zuur, niet rijp, niet lekker. Er was dus niets aan verloren.

Eens had ik eens een vrouwelijke cliënte die een uiterst succesvol en ondernemend leven leidde. Ze dreef een modezaak en in haar woonplaats kende iedereen haar en werd ze alom bewonderd. Haar succes steunde voor een groot deel op haar talent, haar flair en haar inzet. Scholing had ze na de lagere school nauwelijks gehad en dat wist óók iedereen: ze was voortijdig afgehaakt van de mavo, mogelijk doordat ze dyslectisch was. Dat had haar pijn gedaan, ze had zich een loser gevoeld, maar ze had dezelfde slimheid als onze vos aan de dag gelegd: jarenlang had ze geroepen dat ze op die school zeker niets had kunnen leren dat ze niet op eigen houtje inmiddels al lang ontdekt had. “Scholen zijn voor de dommen!’ riep ze dan.

Maar dat jaar gebeurde er iets dat haar zou dwingen eerlijker te zijn met zichzelf. Haar oudste dochter deed deze zomer examen voor de Havo. Het meisje leek veel op haar moeder. Dezelfde flair, dezelfde levenslust. Misschien ook hetzelfde gebrek aan orde en planmatigheid. Ze haalde in elk geval haar examen niet.

Zelf vond ze dat wel vervelend, maar ze leek er niet zo heel erg mee te zitten. “Volgend jaar beter en anders ga ik gewoon werken”, was haar laconieke commentaar. Voor haar moeder was de situatie echter aanleiding tot een crisis. Ze reageerde buitengewoon heftig op het feit dat haar oudste dochter haar Havo-examen niet gehaald had. Ze huilde, ze foeterde, ze was razend op de dochter omdat die niet haar uiterste best had gedaan en ze had veel last van migraine.

Het was duidelijk dat de slimheid van de vos niet langer werkte. Langs een achterdeur kwam de zo lang verdrongen pijn van haar eigen schooltijd plotseling terug en eiste alle ruimte op. In mijn vak noemen we dit ‘de terugkeer van het verdrongene’.

Jezelf leren kennen is soms best een moeilijk proces, en het vraagt een levenslange toeleg. Maar als ‘jezelf leren kennen’ uitmondt in ‘jezelf aanvaarden zoals God je aanvaardt’ dan wordt het toch zéér de moeite waard.

De Kunst van het Luieren

Iedere arts en elke psycholoog kan het u vertellen: stress vermindert het afweervermogen van het lichaam en maakt mensen vatbaarder voor ziekten en allerlei psychische klachten. Zelfs voor een simpele verkoudheid of voor een prikkelbare stemming. Tegelijk tonen allerlei onderzoeken aan dat het echt genieten van gewone dingen: van chocolade,  een beetje lui in de zon zitten, of een kopje thee, stress juist vermindert en de weerstand kan verbeteren. Het is echt waar: jezelf een beetje verwennen draagt bij tot onze lichamelijke en psychische gezondheid.
Veel mensen hebben het afgeleerd om te luieren. Met luieren bedoel ik dat je eens even niet productief, nuttig of creatief hoeft te zijn. Op een punt komen waar je de tijd vergeet, al liggen er nog stapels werk. Verrassend genoeg kom je juist dán op gedachten en ideeën die uiterst creatief of productief blijken te zijn.

Een workaholic is iemand die niet meer kán luieren omdat hij in improductieve periodes niet meer weet wat hij met zichzelf aan moet. Zijn motief om te werken is psychologisch  vergelijkbaar met het motief van een alcoholist om te drinken. Let wel: er is helemaal niets op tegen om geëngageerd en toegewijd te werken. Maar zo nu en dan eens ongehinderd luieren voegt iets toe aan je leven zoals de sabbat aan de schepping. Even niet iets moeten, maar gewoon wat flaneren door de stad, zomaar eens een beetje lummelen in je huis, wat rondslenteren in je tuin, of genieten van een heerlijke cappuccino op een terras: dat zijn nu precies die momenten waarop je niets hoeft te doen, maar alleen maar hoeft te ‘zijn’.

Soms vertellen mensen in de praktijk mij dat ze teleurgesteld zijn teruggekeerd van hun vakantie of van hun retraite. Dat betekent vaak dat ze eenvoudigweg niet genoeg gewoon geluierd hebben. Zelfs op reis of in retraite zijn we geneigd onszelf doelen op te leggen, een planning te maken, de waarde van onze dagen af te meten in nuttigheid of productiviteit. Hebben we veel bezienswaardigheden gezien, zijn we veel kilometers van huis geweest, hebben we ‘goed’ gemediteerd en geestelijke vooruitgang gemaakt?

Met zo’n insteek op vakantie gaan, of je retraite beginnen betekent dat je jezelf opnieuw opjaagt en voortdrijft, want waag het niet om je tijd te verdoen, maar wat rond te hangen en niets degelijks uit te voeren! Toch is het mij al meer dan eens zomaar overkomen: dat ik een prachtige Zuid-Europese stad bezocht, waar eindeloos veel te zien was, maar een deel van de tijd gewoon maar wat onder een palmboom zat te kijken naar de mensen of naar de betoverende blauwe zee. Juist onder die palmbomen heb ik enkele van de beste ideeën gehad om mijn werk of mijn leven vorm te geven.

‘Tijd is geld!’ wordt er nogal eens geroepen. Maar ik zou liever zeggen: tijd is leven. Rust is geen uitvinding van de vakbond of van de recreatiesector, maar rust is evenveel als creativiteit een goddelijk principe. De schepping wordt vaak gezien als een proces van zes dagen, met het creëren van de mens als hoogtepunt. Maar de voltooiing en bekroning van de schepping is naar bijbelse opvattingen niet de mens, maar de sabbat. En dat komt juist de mens zéér ten goede!

Grenzen

Grenzen bewaken.. Het is een  thema dat nog niet zo heel lang een rol speelt in ons denken en doen.  Ergens in de jaren ’90 kwam het op. En nu weten we het allemaal: je moet je grenzen bewaken, je hoeft niet over je heen te laat lopen. Op cursussen kun je leren hoe je grenzen moet herkennen, grenzen moet stellen, grenzen moet aangeven, grenzen moet bewaken.

Soms zie ik bij gesprekken met mensen een verband tussen het vermogen om andermans grenzen te respecteren en de eigen grenzen goed te herkennen en te bewaken enerzijds, en de mate waarin de vader in het gezin van herkomst fysiek of emotioneel aan- of afwezig was anderzijds. Vaders en grenzen hebben wellicht iets met elkaar te maken. Het is binnen een gezin aan de ouders, en bij uitstek aan de vader, om grenzen aan te geven. Dat geeft allen een gevoel van veiligheid, van bescherming, en ook van duidelijkheid, ieder weet waar hij aan toe is.

Waar dit heeft ontbroken groeien kinderen op zonder gezond besef van eigen identiteit. Grenzen zijn noodzakelijk voor het ontwikkelen van een persoonlijk ‘territorium’, van persoonlijke eigenheid. Wie opgroeit zonder beschermende vader krijgt als kind een gebrek aan beschutting mee, dat later leidt tot een onzekere innerlijke identiteit. We zien dan volwassenen die ertoe neigen zich altijd aan te passen aan alles en iedereen, waarbij je je kunt afvragen: maar wie ben jíj nou? Anderen omringen zich met allerlei uiterlijke schijn: ze willen materiele rijkdom uitstralen, vooraanstaande posities verwerven en bewonderd worden. En ook bij hen bekruipt je de gedachte: maar wie ben jíj nou? Het is vooral aan de vader, of aan degene die de vaderrol vervult, om grenzen bewust te maken en om op te treden wanneer grenzen overschreden worden.

De krachtige, liefdevolle vader geeft niet alleen de grenzen aan om zijn kinderen te beschermen, hij leert hen ook dat er grenzen voor hen zijn. Zo schept hij, samen met zijn vrouw,  duidelijkheid en rust voor de kinderen. We kennen ze allemaal: de jonge mensen die in het dagelijks leven opgroeien -en het zijn er veel!- zonder vader. Er zijn er die zichzelf overschreeuwen, die voortdurend de grenzen opzoeken en ze overschrijden, die vaak alle aandacht van hun omgeving opeisen. Ik kan er medelijden en soms grote zorg voor voelen, want wat ze vragen is vaak niet meer dan waar ze recht op hebben: duidelijke grenzen.

Een derde belangrijke taak van vooral de vader is om zijn kind aan te moedigen de eigen grenzen te verleggen. Het natuurlijke verlangen om grenzen te verleggen is de motor van groei! Juist een vader kan hierin zo belangrijk zijn voor zijn kind. Hij kan het begeleiden in zijn stappen de wereld in. Omdat er voortdurend krachten op ons inwerken die ons aansporen om onze grenzen te overschrijden waakt een vader over zijn eigen kind en beschermt het. Tegelijkertijd geeft hij het zelfvertrouwen en  moedigt hij het aan.

De figuur van de vader is dus heel erg belangrijk. Niet alleen in het gezin, maar ook in de gedaante van de onderwijzer, de priester of de voetbaltrainer. Maar de realiteit is vaak weerbarstig. Veel vaders kunnen niet meer aanwezig zijn in het dagelijks leven van hun kinderen, als gevolg van een echtscheiding. Ook voor stiefvaders is het beslist niet eenvoudig om hun rol gestalte te geven. Op basisscholen is er sprake van een zeker tekort aan mannelijke onderwijzers. Ook op andere plaatsen in de begeleiding van kinderen staan mannen steeds meer op een afstand. Massaal is de vaderrol in het leven van veel kinderen uitgehold. Het is een maatschappelijke ontwikkeling, maar een die onvermijdelijk van invloed is op de persoonlijke én op de religieuze ontwikkeling van individuele jonge mensen.

De vaderbeelden, zowel de goede als de geschonden beelden, raken verweven in onze psyche en in ons geloof. “Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen, zo ontfermt zich de Heer..“ Beelden  -of het ontbreken daarvan- van de Ene Vader weerspiegelen zo op de duur een fundamenteel lijden om de afwezigheid van de vaders in onze samenleving. Zoals de cursussen in ‘grenzen stellen’ dat ook doen.

Nogmaals : EMDR

Allemaal maken we in ons leven wel eens iets schokkends mee. Dat kan van alles zijn: een verkeersongeval, een vriend die je in de steek liet, een ziekenhuisopname, een examen, een situatie waar je de controle kwijt was of je helemaal machteloos of waardeloos voelde.

We hebben ook allemaal onze eigen manieren om met de ingrijpende ervaring om te gaan: erover praten, bidden, je terugtrekken of juist actief worden. Evenals het lichaam beschikt de psyche over een opmerkelijk zelfhelend vermogen, er door de Schepper ingelegd.

Maar soms wordt het spontane herstelproces ergens door belemmerd. Denk bij lichamelijke verwondingen maar eens aan een splinter die in een wond achterblijft. Hetzelfde geldt voor psychisch letsel. Spontaan herstel treedt niet altijd op, bijvoorbeeld omdat de ervaring eenvoudigweg te groot of te schokkend is. Of omdat ze helemaal niet past in je levenskader, en je geen aangrijpingspunten vindt voor verwerking. Mensen kunnen daar dan blijvende klachten aan overhouden. Herinneringen aan het gebeuren blijven zich opdringen. Je kunt last hebben van angstwekkende beelden, of nare dromen, voortdurende angst of nervositeit, of van schrikreacties. Vaak neig je ernaar soortgelijke situaties als die waarin de nare gebeurtenis zich voordeed te vermijden, of word je prikkelbaar of snel emotioneel. Een akelige gebeurtenis heeft dan emoties veroorzaakt die niet zomaar weggaan door er thuis of met vrienden over te praten of erover te bidden. En ook niet door er gewoon tijd overheen te laten gaan.

In een vorig nummer van dit blad schreef ik al eens kort over EMDR. Ik kom daar hier nog eens op terug. EMDR is een psychologische methode die in de jaren ’90 ontwikkeld werd door een Amerikaanse psychologe voor de behandeling van ingrijpende ervaringen en psychologische trauma’s. Een vrij nieuwe methode dus, die echter een zeer snelle ontwikkeling heeft doorgemaakt.

EMDR werkt in principe op dezelfde wijze bij gelovige als bij niet-gelovige mensen. Ik vind het altijd mooi als een cliënt het eigen geloof kan integreren in het herstelproces. Het volgende voorbeeld, van ongeveer een half jaar geleden, geeft een indruk van hoe EMDR in de praktijk in zijn werk gaat.

Janna is een jonge vrouw, gehuwd met Twan en moeder van twee jonge kinderen.  Janna en haar man zijn gelovig. Negen maanden geleden werd Twan met spoed in het ziekenhuis opgenomen na een hartinfarct. Er was sprake van een zeer ernstige situatie. Hoewel Twan het inmiddels naar omstandigheden goed maakt leeft Janna sedertdien met voortdurende angst. Ze durft Twan niet meer alleen thuis te laten, wil niet meer in de buurt van het ziekenhuis komen en heeft last van stressreacties.

Als Janna bij mij is voor een EMDR-behandeling vraag ik haar om haar herinneringen nog eens als een denkbeeldige film af te draaien en het beeld te kiezen dat haar nu nog de meeste spanning bezorgt. Dat is voor haar het ‘plaatje’ waarbij ze Twan op zijn brancard achter een gesloten deur ziet verdwijnen en zelf alleen achterblijft in de gang van het ziekenhuis. Ik vraag door naar het besef over zichzelf dat bovenkomt bij het kijken naar het plaatje. “Ik ben machteloos” zegt Janna. Het beeld roept heel veel angst en verlamdheid op.

Dan begint de verwerkingsfase. Aan Janna wordt gevraagd naar het plaatje te kijken en tegelijkertijd via een koptelefoon naar tikjes te luisteren. Regelmatig onderbreek ik het geluid om aan Janna te vragen wat er in haar opkomt. Dat blijken allerlei gedachten, beelden en gevoelens te zijn die al dan niet rechtstreeks met het beeld van Twan in het ziekenhuis te maken hebben. Na enige tijd geeft Janna desgevraagd aan dat de spanning bij het kijken naar het plaatje verminderd en tenslotte verdwenen is.

Daarna wordt ze uitgenodigd om bij het kijken naar het plaatje iets positiefs over zichzelf te zeggen in de plaats van “ik ben machteloos”. Janna, die gelovig is, boort een vertrouwde hulpbron in zichzelf  aan en zegt: “ik kan het aan, ik kan vertrouwen op God”. Maar deze uitspraak blijkt haar bij het plaatje van de angstige situatie met Twan aanvankelijk nog helemaal niet te overtuigen. Nu starten opnieuw de tikjes. Terwijl Janna weer naar het beeld van Twan op de brancard kijkt luistert ze opnieuw naar de tikjes. Geleidelijk herstelt zich het  geloof dat ze de situatie aankan doordat ze op God kan vertrouwen.

Aan het eind van de sessie is Janna doodop. Later vertelt ze dat ze die nacht nog veel gedroomd heeft maar dat ze binnen een paar dagen merkte dat ze rustig de deur uitgegaan was zonder overmatige bezorgdheid over Twan. De klachten zijn niet meer teruggekomen.

Addertjes onder het gras

Arbeid en Meditatie: addertjes onder het gras.

Er gaat geen dag voorbij of in de praktijk in Stevensweert komen er een of meerdere personen die problemen hebben die verband houden met hun werk. Heel veel mensen lijden onder de druk van het dagelijks bestaan. Druk om productie te leveren, druk om veel uren te draaien, druk om taken af te krijgen, druk van bazen en collega’s. En: druk van zichzelf. Niet zelden zoekt al deze druk op de duur een uitweg in allerlei lichamelijke klachten, zoals vermoeidheid, maag- of darmproblemen, hoofdpijn of rugklachten. Parallel daaraan verschijnen de psychische klachten, zoals slapeloosheid, een gespannen gevoel, stemmingswisselingen of lusteloosheid. Ten slotte ontstaan er ook geestelijke problemen: het lukt niet meer om stil te worden, wat te lezen of wat te bidden.

Het gevoel van overvraagd zijn, van vermoeidheid en uitputting bij het werk, ervaren we allemaal wel eens. Gedeeltelijk hangt dat samen met de aard en de hoeveelheid van het werk. Maar toch heeft het ook iets te maken met onze innerlijke instelling.

We weten allemaal wel dat iemand die werk doet dat hij leuk vindt, langer kan werken zonder last te krijgen van vermoeidheid of werkdruk. En dat een gebrek aan motivatie een werkdag bijzonder lang kan doen lijken. Velen van ons hebben er moeite mee fouten maken, af en toe eens ‘nee’ te moeten zeggen, of een taak niet op tijd af te hebben. Dat alles verhoogt natuurlijk de druk van binnenuit.

Kort geleden zag ik op één en dezelfde dag twee cliënten, die beiden als tegenwicht tegen de drukte op zoek zijn gegaan naar verschillende vormen van meditatie. Die meditatie zou hen kunnen bevrijden van het dagelijkse bestaan met alle dwang en verplichtingen, en van alle problemen die daaruit zijn voortgekomen. Zij wilden daar afstand van nemen en tot ontspanning komen. Dat is allemaal heel goed natuurlijk. Maar er schuilen enkele  psychologische addertjes onder het gras.

Bij de eerste, een jonge vrouw, gebeurt er iets heel tegenstrijdigs. Ik kom het  wel vaker tegen: mensen gaan mediteren -en dat vind ik goed- maar ze gebruiken daarbij methodes die wel heel verbazende dingen beloven. Wat dacht je van een cursus  contemplatie-in-twaalf-lessen, je verslaving de baas worden door vijf minuten per dag leeg te worden, geluk dat voor het grijpen ligt door het te visualiseren, of een boek  over hoe je supersnel uit je burn-out komt?

Voor ze het goed en wel beseffen zitten deze jonge vrouw en haar geestverwanten opnieuw in de racebaan van het leven. Ze proberen wéér de eerste, de beste, de snelste te zijn.  En ze lopen wéér voorbij aan datgene waarnaar ze eigenlijk op zoek waren. Christelijke meditatie heeft niets met succes en presteren te maken. Gelukkig niet.

De andere cliënte is al wat ouder. Zij heeft een verantwoordelijke baan die veel van haar vergt. Bij haar schuilt er een ander addertje. Zij mediteert elke dag. Maar deze momenten moeten voor haar een strikt tegenwicht vormen tegenover haar dagelijkse arbeid en stress.  Zij wil tijdens de meditatie niet aan haar werk denken. Dat betekent dat zij zich opnieuw een lastig doel stelt.

Inmiddels heeft zij al ontdekt dat het haar niet zal lukken. ‘Gelukkig’, zeg ik dan. Want het heel eigene van christelijke meditatie is nu juist dat  onze dagelijkse arbeid niet buiten gesloten hoeft te worden, maar dat de Heer wordt uitgenodigd om bínnen te komen. Binnenkomen in de druk die we ervaren, in onze sombere of angstige gevoelens, in onze teleurstellingen,  in de vermoeidheid die op ons drukt.

Christelijke meditatie hoeft de wereld niet achter zich te laten, maar wil het leven van alledag en geestelijk leven integreren tot één vitaal geheel. Goede meditatie doet ons hart verstillen en maakt ons luisterzaam en ontvankelijk voor de diepere lagen van het leven. Maar vervolgens worden we terugverwezen naar ons gewone, dagelijkse bestaan. En dáár zullen we merken dat de druk die wij ervaren minder wordt. Niet omdat er veel verandert in onze omstandigheden. Maar gewoon doordat wij zelf veranderen. Van binnenuit.

 

Genieten van elkaar

In de psychologische begeleiding  -maar ik denk dat dat ook voor andere soorten begeleiding geldt- is ‘verantwoordelijkheid’ een uiterst belangrijk begrip.  Als een cliënt geen verantwoordelijkheid neemt voor de eigen levenssituatie is mijn werk als psychologe vergelijkbaar met het spreekwoordelijke trekken aan een dood paard. Dat is geen pretje voor mij, maar ook niet voor de cliënt. Hij groeit niet en loopt een levensgroot risico van cliënt tot patiënt te worden.

In de psychologie is veel onderzoek gedaan naar verantwoordelijkheid en naar waarom mensen die wel of niet daadwerkelijk nemen.
Bij experimenten is gebleken dat wanneer op straat iemand in nood verkeert en om hulp roept,  de kans dat wij ons afzijdig houden groter wordt naarmate er meer mensen zijn die het hulpgeroep horen. Dan  zijn we namelijk geneigd om te denken dat ‘de anderen’ wel zullen helpen.  Daarmee ontslaan we onszelf als het ware van die plicht.  Maar wanneer jij zelf de enige ben die iets kan doen, is de kans redelijk groot dat je in actie komt en daadwerkelijk je verantwoordelijkheid zult nemen.

Invloed uitoefenen en verantwoordelijkheid nemen hebben dus met elkaar te maken. Wanneer wij mensen het gevoel hebben dat we ergens weinig invloed op hebben, komen we minder gauw in actie. Als dit proces zich vaak herhaalt spreken we in de psychologie zelfs van ‘aangeleerde hulpeloosheid’: we komen niet eens meer in actie, ook al hadden we wél iets kunnen doen.

Dit mechanisme zie ik soms terug bij cliënten die niet goed functioneren binnen hun familie of op hun werk. Ook bij kloosterzusters heb ik het gezien. Een enkele keer worden de zusters eerder klein gehouden dan dat zij worden geholpen om verantwoordelijkheid te dragen in hun taak binnen de gemeenschap. Ook na twintig of dertig jaar kloosterleven moet een zuster nog steeds aan een hoger geplaatste medezuster –‘de verantwoordelijke’- vragen hoe ze haar werk invult. Ze mag niet naar eigen inzicht haar taak uitvoeren.

En al kan dit in het begin van iemands kloostertijd een zinvol aspect van de vorming zijn, op de duur remt het de creativiteit en motivatie af. Ik kan mij niet voorstellen dat dat de bedoeling van krachtige waarden als nederigheid of gehoorzaamheid kan zijn. Psychologisch zal die zuster een levenshouding ontwikkelen die haar vatbaar maakt voor de bovengenoemde ‘aangeleerde hulpeloosheid’ en zelfs voor depressiviteit.

Ook bij onze gesprekken zit zo iemand er dan wat passief en hulpeloos bij en doemt voor mij het schrikbeeld van het dode paard op. Ik vind het dan altijd zinvol om samen met de leidinggevenden te onderzoeken of er wellicht bakens verzet kunnen worden. Met alle respect voor de kloosterregels kunnen de zusters, elk op haar eigen plaats binnen de communiteit, gestimuleerd worden in hun verantwoordelijkheid en creativiteit, en daardoor in hun groei en ontwikkeling. Zo worden zij weer krachtige en vruchtbare leden van hun gemeenschap.

Het is uiterst belangrijk dat van religieuzen, en dat zelfde geldt voor ieder mens, niet teveel gevraagd wordt. Maar het is van precies even veel belang dat er niet te wéinig wordt verlangd!
Wanneer aan een mens verantwoordelijkheid gegeven wordt, kan er ook verantwoordelijkheid gevraagd worden. Die zuster die zélf verantwoordelijkheid gaat dragen, kan zich niet meer verschuilen achter haar meerderen, achter de medezusters  of achter de regels. Want al zijn we allemaal geneigd allereerst anderen of de omstandigheden de schuld te geven van wat er misgaat, wij kunnen zelf altijd weer kiezen wat we willen doen met hetgeen ons overkomen is. En juist daarin schuilen nieuwe kansen, kunnen we onszelf en anderen verrassen en kunnen we gaan genieten van elkaar.